Hervonden keuzevrijheid
- Per Terra Incognita Eric van Kleef
- 5 jan
- 2 minuten om te lezen

Eigenlijk zou ze tevreden moeten zijn, vindt ze. Beleidsmedewerker, begin 30, slim en kan haar taken aan. Een goede baan, man, kinderen. Ze gaat graag nieuwe uitdagingen aan. Maar die brengen geen bevrijding, alleen een nieuw venster.
Ze oogt breekbaar, levendig, op haar hoede. Van buiten kalm, van binnen onrustig. Zoekende naar wat ze kan, wat ze wil. Ze fladdert als een vlinder tegen het raam, onrustig op zoek naar de uitgang.
Thuis heeft ze “geleerd niet te zeuren”. “Mijn moeder werkt heel hard”. Eigenlijk zegt ze: “ik vind mezelf een zeur en ik ben lui”. In de zomer, als er minder urgente zaken zijn, heeft ze “moeite om voldoende te werken”. Ze schuift dan klusjes voor zich uit . Niemand heeft er moeite mee, maar zelf raakt ze enorm gefrustreerd van haar eigen ‘ledigheid’. Ze is haar eigen cipier.
Hoewel ze anders is dan haar moeder, voelt ze sterk dat ze haar moet navolgen. In haar studiekeuze heeft ze dat ook deels gedaan. Dat anderen dat benoemden als ‘haar ouders achterna gaan’ maakt haar nu alsnog razend. En dat haar ouders haar stimuleerden om voor een makkelijker variant te gaan –‘want dat harde werken was niets voor haar’- maakt haar nog bozer. Haar vrije keuze van toen voelt als een illusie. Dit knaagt aan het vertrouwen dat ze in haar carrière nu wél in staat is zelf te kiezen.
We doen een opstelling, waarin we de familieleden met vloerankers op de grond plaatsen. Haar broers en zussen kijken vanuit het gezin naar buiten, zelf kijkt ze naar binnen en naar haar ouders. Ze is enorm bezig met het contact, de verbindingen. In haar werk is dat haar kernkwaliteit. Maar met de hechte symbiose is ze al het contact met zichzelf verloren.
Ik vraag haar een draai van 180 graden te maken, zodat ze naar de buitenwereld en haar eigen toekomst gekeerd is. Dat kost moeite. Het voelt alsof ze een heilige taak verzaakt.
Ik spreek namens haar ouders uit dat ze verantwoordelijkheid heeft genomen voor een taak die bij haar ouders hoort, niet bij haar. Ik geef haar een eigen, nieuwe taak in handen, in de vorm van een wit vloeranker. In de navolgende sessie geven we verdere invulling aan die eigen taak. Al snel is duidelijk dat ze daar geen hulp meer bij nodig heeft; nu ziet ze wel haar eigen weg.
De steen in de bedding die de stroming blokkeerde, is verdwenen. De bewustwording dat de band met haar moeder zo’n rol speelde heeft haar bevrijd. Ze voelt zich zelfbewuster en beter in staat om zich uit te spreken en voor zichzelf op te komen. De vraag die haar kwelde - "kan ik mijn toekomst echt vrij kiezen?" - is geen vraag meer.




Opmerkingen